Interview met Ellie Lust

“Je kan echt verschil maken voor mensen”

Met veel plezier heeft ze altijd bij de politie gewerkt, maar ze moest weg. Ellie lust was het boegbeeld voor de LHBTI-community bij de politie. Ze heeft veel voor ons land gedaan en haar blauwe hart zal altijd blijven kloppen. Hoe is haar vertrek bij de politie nou echt gegaan en hoe heeft Ellie haar coming-out ervaren? Lees verder het interview met Ellie Lust. 

Interview met Ellie Lust

Wie of wat is jouw grootste inspiratie?

De eerste die in me opkomt is mijn moeder. Ik denk dat ik van haar geleerd heb wat het betekent om een goed mens te zijn. Mijn moeder was eigenlijk altijd aan het zorgen en lief voor mensen. Dat uitte zich in vrijwilligers werk in een verzorgingstehuis en collecteren voor de kankerbestrijding en hartstichting etc. Ze was altijd aandachtig voor mensen om zich heen tot op het punt dat wij zeiden: “mama jij bent er ook nog”. Zeker ook omdat dat soms best ver ging. Wij zijn natuurlijk ook de helft van haar en de andere helft van onze vader. Dat was ook een hele lieve en geestige man. Ik heb dan ook geboft met deze ouders en dat is wel de start van je leven. 

“Je weet gewoon nooit wat je gaat doen wanneer je dienst begint”

Was het altijd al jouw droom om politieagente te worden?  

Altijd, al van kinds af aan! Ik kom niet uit een politiefamilie, maar ik was dol op spannende Amerikaanse series zoals ‘Hillstreet Blues’ en ‘Cagney & Lacey’. Maar waar mensen altijd om moeten lachen is dat mijn lievelingsprogramma van vroeger ‘Opsporing Verzocht’ is. Ik zat als tiener altijd op dinsdagavond naar ‘Opsporing Verzocht’ te kijken omdat ik stiekem altijd hoopte dat ik wat gezien had dat kon helpen. Als fan had ik natuurlijk niet kunnen bedenken dat ik later een van de vaste gezichten van dat programma zou worden. Dat was dan ook een bijzonder moment toen ik daar voor het eerst in de studio was. Dat kan ik me nog heel goed herinneren. Ik had toen drie zinnen ofzo maar dat geeft niet, want ik was er wel.

Vanuit een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel heb ik ook altijd het goede willen doen en er voor mensen willen zijn. Politieagent zijn is natuurlijk de misdaad bestrijden, maar er zit ook een ongelofelijk grote zorgkant aan dat politiewerk omdat je achter gesloten deuren komt waar vaak heel veel ellende is voor mensen. Daarin ben je dan ook vaak de eerste die het probleem ziet van waaruit je dus in je politie-uniform hulpverlening kan inzetten. Je kan echt het verschil maken voor mensen. 

Je hebt op de politieschool zitten gecombineerd met een carrière als volleybalster. Waarom ben je toen gestopt met je sportcarrière?

Ik ben in eerste instantie niet gestopt, want een combinatie bleek lange tijd mogelijk. Ik begon op de politieschool in oktober 1987 en toen hadden we net het Europees kampioenschap gehad met het Nederlandse volleybalteam. Ik ben het volleyballen in de eredivisie dus blijven combineren met het politiewerk. Ik werkte toen ook een aantal uren per week minder. Ik ben pas gestopt met volleyballen toen mijn moeder heel ziek werd. Onze moeder kreeg twee hersenbloedingen en een herseninfarct, dat laatste als complicatie van de operatie die ze nodig had. Toen ben ik gestopt omdat we met zijn allen voor haar gingen zorgen. Dan zie je dat je terugkrijgt wat je ooit gezaaid hebt aangezien mijn moeder altijd voor iedereen gezorgd heeft en iedereen nu voor haar klaar stond. Het stoppen met volleybal was dan voor mij een hele logische beslissing. Family first.

Wat vond je het leukste aan jouw baan als politieagente op straat en wat vond je juist minder?

Je weet gewoon nooit wat je gaat doen wanneer je dienst begint. In grote lijnen misschien wel, maar wanneer je welke melding krijgt weet je niet. Zeker niet in de noodhulp, wat ik 20 jaar heb gedaan. Dan rij je van melding naar melding maar je weet niet wat je op je bordje krijgt op het moment dat je dienst begint. Dat vond ik altijd mooi. In alle chaos die er dan in dat werk was kon ik goed orde scheppen. Zo heb ik altijd met ontzettend veel plezier dat werk gedaan.

De mindere dingen waren wanneer je bijvoorbeeld voor de zoveelste keer naar een geluidsoverlast moest op 3 hoog. Dan ga je weer als volwassene tegen een andere volwassene zeggen dat hij/zij zijn radio zachter moest zetten. “Pfff kom op nou” denk je dan. Of weer een aanrijding met alleen blikschade waarbij je die aanrijding moet opnemen en moet helpen met allerlei formulieren invullen. Dat zijn dan meldingen waar je niet altijd naar uitziet maar goed het hoort wel bij het onverwachte van de dag. Je kan echter ook in een situatie terechtkomen die 2 weken geleden gebeurde. Dat er een overval wordt gepleegd in Amsterdam en je zit tot aan Broek in Waterland achter bewapende verdachten aan. Dat kan ook gebeuren. Kortom het is heel mooi en afwisselend werk.

“Ze ontnamen mij eigenlijk de optie om te blijven”

Hoe is het om als vrouw agente te zijn? Want wat vind je ervan dat er nu vooral veel mannen bij de politie zitten?

Dat is niet meer zo. In mijn begintijd waren er veel minder vrouwen bij de politie dan nu. Het is nu geloof ik een 60/40 verhouding, waar de politie ook heel veel aan heeft gedaan. Politiewerk is namelijk niet altijd mannenwerk, zeker als het gaat om sociale problematiek kunnen vrouwen een hele goede invulling geven aan dat politiewerk. Eind jaren 80, toen ik bij de politie kwam, was het veel minder gebruikelijk dat er veel vrouwen waren. Ik heb ook nog 1,5 jaar bij de motordienst gewerkt maar daar was ik een van de eerste vrouwen. Ze keken ook niet echt naar vrouwen uit, want dat was echt een mannenwereldje. Het was ook zeker niet de bedoeling dat daar te veel vrouwelijke energie in kwam. Er was ook een tafel in de kantine waar je alleen aan mocht zitten als je motorrijder was, anders werd je met je blaadje en al aan een andere tafel gezet. Het is nu 2021 en ik denk dat de politie er nu wel van doordrongen is dat juist de diversiteit zorgt voor een goede politie.

In 2018 werd je gedwongen een keuze te maken tussen het politiewerk en tv-werk. Hoe is dit verlopen en heb je dit als moeilijk ervaren? 

Dat was een moeilijke tijd, want ik wilde niet weg bij de politie, maar de politie zei dat ik meer Ellie van de televisie was geworden dan Ellie van de politie. Waarop ik zei: “nee, ik ben Ellie van de politie óp televisie”. Ik denk dat de kijker dat verschil prima kan zien. Het is gewoon binnen de politie niet de bedoeling dat je je koppie te ver boven het maaiveld uitsteekt. Nog steeds niet. Ik kreeg ook te maken met afgunst. Gelukkig is dat bij heel veel mensen ook niet het geval geweest, aangezien ik nog steeds contact heb met veel collega’s die het verschrikkelijk vinden dat ik niet meer bij de politie werk. Echter een handjevol ex-collega’s heeft mij het leven wel zuur gemaakt wat er uiteindelijk voor heeftgezorgd dat ik zei “ik stop hiermee”. Ze ontnamen mij eigenlijk de optie om te blijven, aangezien het blijf scenario was dat ik moest stoppen met al mijn televisiewerk en ‘een passende functie’ zou krijgen ergens in het korps. Zo zou ik het woordvoerderschap ook nog verliezen en waar kom je dan terecht? Ze wisten natuurlijk dat ik daar nooit voor zou kiezen waardoor ik altijd voel dat ze me hebben weggeorganiseerd. Mijn blauwe hart zal echter altijd blijven kloppen en ik zal nooit een kwaad woord zeggen over het politiewerk of de mensen die het doen, maar er is wel een handjevol mensen die ik nooit meer hoef te spreken of te zien.

Je hebt ook een boek genaamd “Mijn jaren bij de politie”. Hoe ben je op dit idee gekomen en wat wilde je er vooral mee bereiken?

Eigenlijk hoefde dat boek voor mij niet zo, maar er waren nogal wat uitgeverijen die een boek wilde schrijven met mij. Daarbij ben ik ook veel meer een spreker dan een schrijver. Toen uitgever nummer vijf, Ambo Anthos, op de lijn kwam, toen zei mijn vrouw Boukje: “Waarom doe je het nou niet, je hebt zoveel te vertellen en het zou toch mooi zijn om letterlijk en figuurlijk de spreekwoordelijke punt achter je carrière te zetten?” Ok dan, maar dan wilde ik wel hulp van een ghostwriter. Toen heb ik contact gekregen met Volkskrant journalist, Julien Althuisius en hij wilde dat graag doen. Vervolgens hebben we uren en uren bij mij aan de keukentafel gezeten. Ik maar vertellen, vertellen, vertellen en hij rubriceerde de hoofdstukken om zo een structuur te maken in al die verhalen. Hij schreef het in grote lijnen op en toen ging ik het van mezelf maken. Met alle collega’s waarmee ik het meest heb samengewerkt heb ik weer afgesproken om zo alle verhalen weer eens samen langs te gaan. Bepaalde verhalen was ik zelfs alweer vergeten. Ik vond hun perspectief ook belangrijk, want je bent natuurlijk altijd met zijn tweeën. Uiteindelijk was het een heel intensief maar vooral heel leuk proces. Zelfs nu komen er nog steeds situaties terug die ik toch even opschrijf, zo heb ik (stel er komt een vervolg) uiteindelijk genoeg voor een tweede boek. 

“Hoe alleen het ook voelt en hoe lastig het ook lijkt, het wordt altijd beter.”

Je bent een groot voorbeeld voor de LHBTI-community. Hoe wil jij hen inspireren? 

Dat is nooit mijn doel op zich geweest. Ik ben binnen de politie met een paar enthousiaste collega’s begonnen met een netwerk toen de Gay Games in 1998 naar Amsterdam kwamen. Wij wisten dat er heel veel mensen uit landen zouden komen die zo ongeveer unaniem bang waren voor hun politie. Hoe laat je die mensen dan weten dat ze hier wel welkom en veilig zijn? Dat doe je door jezelf zichtbaar te maken. Als de politie zichtbare LHBTI mensen heeft kom je wel in een warm nest terecht als buitenlandse bezoeker. Na de Gay Games bleek dat er ook in Amsterdam behoefte was aan zo’n aanspreekpunt binnen de politie en dat er meer incidenten gebeurden dan dat de politie te horen kreeg. Toen heeft ons netwerk zich eigenlijk, in de vele jaren erna, ontwikkeld als een soort wereldleider, want er is geen politiekorps in de wereld die het zo goed georganiseerd heeft als wij in Nederland. Ik zeg nu nog eventjes wij, dat is natuurlijk niet meer zo, maar dat voelt over dit onderwerp nog steeds wel zo. Vervolgens werd ik jarenlang de ‘aanvoerder’ van dat team wat ik met veel trots heb gedaan, maar nooit met het doel om een soort boegbeeld te worden, dat heb ik zelf nooit geambieerd. Uiteindelijk heeft de buitenwereld mij wel als boegbeeld gekozen omdat ik mezelf zichtbaar en kwetsbaar heb gemaakt. Ik heb ook verschillende prijzen gekregen en tot op de dag van vandaag ben ik nog steeds verrast dat dat werk zoveel waardering kreeg.

Coming-out

Ellie en haar tweelingzus Marja zaten samen in hetzelfde roze schuitje. Ze moesten het allebei aan hun ouders vertellen. Maar wat zou Ellie willen zeggen tegen de mensen die hier momenteel ook mee struggelen? Ellie: “Hoe alleen het ook voelt en hoe lastig het ook lijkt, het wordt altijd beter. Op het moment dat je besluit het te vertellen aan iemand die je vertrouwt en bij wie je voelt dat je het voor het eerst kwijt kan en het jezelf vervolgens hardop hoort zeggen, is al zo’n ongelofelijk grote stap. Er zijn heel veel jonge mensen wie nog in een soort heteroseksueel leven zitten maar voelen dat het niet klopt. Het moment dat je echt voor jezelf durft te kiezen en dichtbij jezelf durft te komen, word je daar een gelukkiger mens van. Uiteindelijk zal je de mensen om je heen verzamelen die jou zien zoals je bent, omdat je goed bent zoals je bent.”

Mijn andere vraag was hoe zij zelf haar coming-out heeft ervaren tegenover familie en vrienden? Ellie: “Zelf kom ik niet uit een religieus gezin maar wel uit een traditioneel gezin, wat vaak gestoeld is op dezelfde normen en waarden. Het onderwerp was dus in ons gezin ook niet gemakkelijk. Gelukkig hebben onze ouders ons nooit de deur gewezen of vrienden en vriendinnen niet welkom geheten. Ouders hebben ook hun coming out nodig, dus als het lastig is voor je ouders, geef ze dan ook wat tijd. Maar onthoud vooral dat je niet alleen bent, hoe alleen het ook voelt.”

Waar ben je allemaal dankbaar voor?

Ik ben dankbaar voor zoveel dingen. Ik zit nu ook aan de keukentafel en ik kijk naar buiten naar onze Japanse Esdoorn met dat diepe rode blad, wat in het zonnetje staat. Daar kan ik al dankbaar voor zijn. Ik ben dankbaar voor het leven dat ik mag leven, dat ik in een mooie familie ben opgegroeid, dat ik geweldige en lieve mensen in mijn leven heb, dat ik met Boukje ben getrouwd, dat we een geweldig hondje hebben en dat ik gezond ben. Ik kan echt dankbaar zijn voor zoveel. Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend. Wij (Boukje en ik) hebben ook onze portie gehad en wij zijn dit jaar al 21 jaar bij elkaar. Boukje heeft borstkanker gehad, mijn ouders zijn overleden, haar vader is overleden en we zijn al vriendinnen verloren. Dus we hebben ook echt wel het leven leren kennen vanuit een verdrietige kant, maar we zijn er nog en onze dierbaren (los van degene die zijn weggevallen) zijn er ook nog. Mijn schoonmoeder noemt dat altijd je ‘emotionele matras’, wat bij ons gelukkig heel dik is. 

“Doe wel waar je gelukkig van wordt.”

Wat zijn je grootste plannen voor de toekomst?

Ik ben net weer met een nieuw programma begonnen genaamd ‘112 Vandaag’, dat is elke avond om half tien op RTL 5. Het enige dagelijkse programma dat RTL 5 nu heeft, waarbij we kijken naar de meest opvallende 112 meldingen van de afgelopen 24-36 uur. Ik sta dan aan de desk samen met de presentator als deskundige. Zo leg ik uit hoe ik in mijn tijd iets aan zou pakken of hoe überhaupt zulke meldingen werken. Dit past me heel goed en ik doe het met heel veel plezier. 

Deze afgelopen coronatijd heeft wel een aantal dingen omvergegooid, want ik heb 3 seizoenen met een fantastische ploeg ‘Ellie op Patrouille’ mogen maken en dat is gestopt. Wat ook goed is aangezien het anders teveel van hetzelfde zou worden. We hebben het met veel plezier gemaakt en prachtige kijkcijfers behaald. Helaas zie je dat er nu een soort verschuiving plaatsvindt bij de NPO van inhoud naar amusement. Ik wil graag programma’s maken, maar die moeten dan wel iets van maatschappelijk impact hebben. Met uitzonderingen daargelaten ga je mij dus niet zien in programma’s als ‘Showcolade’. 

Heb je nog inspirerende tips voor mensen die nog niet weten wat ze later willen gaan doen? 

Dat is mooi hoe je dat vraagt, omdat er altijd aan jonge kinderen wordt gevraagd ‘wat wil je later worden?’ en dan zeg ik “maar je bent al wat”. Je bent al wie je bent op dat moment en als je het niet weet, moet je erop vertrouwen dat de antwoorden vanzelf wel komen. Als je bijvoorbeeld 3 dingen leuk vindt, kies dan voor datgene waar je het beste gevoel bij hebt, want je mag er altijd weer mee stoppen. Als je na een jaar denkt: “Nee, dit is het toch niet” kan je altijd weer terugkomen op je beslissing door een andere weg in te slaan. Doe vooral waar je gelukkig van wordt en niet waar je omgeving gelukkig van wordt. Zeker ook omdat je een groot deel van je leven besteed aan werk, dus kies voor jezelf. 

You are not alone

Geef een antwoord